woensdag 23 december 2009

Ervaringen van een scholingstraject digitale borden

Zo’n 2 jaar geleden werd er besloten om binnen Het Sticht (stichting voor katholiek onderwijs Zeist e.o.) over te gaan op het gebruik van een digitaal schoolbord. Er werd eerst nauwkeurig onderzoek gedaan naar wat voor bord geschikt zou kunnen zijn. Na een zorgvuldige afweging werd er toen gekozen voor het Interwritebord, gekoppeld aan een zogenaamde ‘short-throw’beamer van Hitachi. Het eerste bord werd zo’n anderhalf jaar geleden geplaatst op één van de scholen en nu hebben we – verdeeld over zo’n 10 scholen – er 56 hangen!
Probleem is dat er een duidelijk stukje basiskennis nodig is om er een beetje mee uit de voeten te kunnen. Het Sticht had reeds eerder besloten om Station to Station te vragen voor het netwerk-beheer, vandaar dat de vraag om cursussen te regelen ook bij hen terechtkwam. Na een inventarisatie bleek, dat meer dan de helft van alle personeelsleden interesse had om een bijscholing hierin te volgen. Het aanbod kwam uiteindelijk in twee niveaus en er kon worden gekozen of men zich als beginnende of gevorderde gebruiker zag. Voor de beginnende gebruiker werd een 2-urige bijscholing als voorlopig voldoende gezien; voor de gevorderden werd er twee maal 2 uur gereserveerd. Iedere cursus begon met een plenair deel, waarna er – zeker in het tweede uur – in groepen werd gewerkt om de opgedane kennis te oefenen. Voor beide groepen waren uitgebreide naslagwerken die de deelnemers mochten behouden. Gemiddeld gingen de cursisten zeker met het idee naar huis van ‘…maar daar kan ik wat mee in mijn lespraktijk!’ en dat zou je wensen van iedere bijscholing……

Dit soort bijeenkomsten om in de praktijk te kunnen werken met een digitaal schoolbord is enorm nuttig. Als er niet voldoende kennis aanwezig is, wordt een digitaal schoolbord al gauw gebruikt als een opvolger voor het krijtbord en helaas niet meer dan dat…. en er is zoveel meer mogelijk! Natuurlijk is het afhankelijk van een ieders capaciteiten en inzicht hoeveel iemand gebruik maakt van dit fenomeen, maar het maakt het lesgeven zoveel interessanter voor leerkracht én leerling.
Van startende of switchende leerkrachten wordt ook aardig wat geëist als zij geconfronteerd worden met een digitaal schoolbord in hun nieuwe werkomgeving….

Er valt nog veel te verbeteren aan de gebruiksvriendelijkheid van de software; het is duidelijk dat de software nog gericht is op een erg breed onderwijspubliek en dat zal in de toekomst behoorlijk worden toegespitst op – in dit geval – basisonderwijs. Hier heb ik als eenvoudige bovenschools ICT-coördinator geen rechtstreekse invloed op, maar dit lijkt me meer dan waarschijnlijk. Dat betekent dat de software ook steeds zal gaan veranderen, hetgeen weer betekent dat de kennis van de gebruikers moet worden bijgespijkerd en up-to-date moet blijven. Jaarlijks terugkerende bijscholingen behoren hierbij niet tot de onmogelijkheden.
Dit is al heel gebruikelijk in het bedrijfsleven en dit zal ook gebruikelijk zijn/worden in het onderwijs.
Investeringen die gedaan zijn in de aanschaf van digitale borden en hun software zullen alleen dan renderend genoemd kunnen worden…..

Martien Stoeten, bovenschools ICT-coördinator van Het Sticht









Social Media in het onderwijs

Al eerder schreven we in ons blog over Twitter in het onderwijs . Twitter behoort tot de groep wat we tegenwoordig “Social Media” noemen. Je gebruikt het om met anderen in contact te komen over zaken, die je bezighouden in bijvoorbeeld je werk.

De opkomst van deze Social Media is niet te stuiten. In korte tijd is het in allerlei verschijningsvormen op ons af gekomen en wereldwijd wordt het door miljoenen mensen gebruikt. Landsgrenzen spelen daarbij geen rol meer.

In een filmpje op TED, een site waar allerlei boeiende referaten van sprekers zijn terug te kijken, kwamen we een referaat tegen van Clay Shirky tegen. Hij gaat daarin in op het verschijnsel Social Media. Hij geeft aan, dat dergelijk media of innovaties pas sociaal interessant worden, wanneer ze technologisch saai worden. Het feit dat het nieuw en innovatief is maakt het niet tot een hype. Dat wordt het pas, wanneer iedereen het gewoon gaat vinden en het gaat gebruiken. Mensen zijn er allemaal bij betrokken. En dan heb je een geweldige voedingsbodem voor innovatie.

Hij ziet in de geschiedenis van het medialandschap vier periodes, voorafgaand aan de komst van het internet, die je een revolutie kunt noemen:

- de uitvinding van de boekdrukkunst
- de uitvinding van de telegraaf en even later de telefoon
- de uitvinding om dingen vast te leggen: foto’s, geluid, bewegend beeld
- de uitvinding van radio en televisie



Het boeiende daarbij is, dat de deze media ofwel geschikt zijn voor een gesprek ofwel voor een hele groep luisteraars of lezers. Met de komst van internet veranderde dat. Iedereen kan contact hebben met iedereen en reageren op elkaar. Daarnaast biedt internet toegang tot alle andere vormen van media: bellen via internet, radio luisteren, televisie kijken. Alles is onder handbereik. Mensen kunnen direct er op reageren, kunnen anderen uitnodigen om te kijken, kunnen met elkaar in discussie gaan.

Daarmee verandert ook je rol. Je bent niet langer alleen maar consument, maar tegelijk ook producent. Het medium waarmee je luistert of kijkt, geeft je ook de mogelijkheid om te reageren en je eigen verhaal te doen. Bovendien wordt nieuws niet meer achteraf gemaakt, maar op het moment, dat iets gebeurt. Live verslag via foto’s, filmpjes, sms-jes, tweets, enzovoort. De burger doet verslag. Iedereen kan zijn verhaal doen en zijn mening geven.

Dat is het medialandschap waarin onze kinderen opgroeien. En het landschap waar wij in het onderwijs mee te maken hebben. Hoe spelen we daar op in? Hoe houden we al het nieuws en alle ontwikkelingen bij?

Een voorbeeld van het gebruik van Twitter: In de Verenigde Staten is een grote groep leerkrachten wekelijks aan het discussiëren over allerlei zaken waar ze in hun werk tegen aan lopen. Elke dinsdag, oftewel Teacher Tuesday, bespreken ze via Twitter allerlei onderwerpen met elkaar rond onderwijs, vaak ict-gerelateerd. Iedereen maakt gebruik in zijn of haar tweet van de hashtag #edchat. Door binnen je Twitter-applicatie daar een vaste zoekopdracht van te maken, kun je de hele discussie eenvoudig volgen, zonder elk individu persoonlijk te volgen. In bijvoorbeeld TweetDeck, maak je een aparte kolom aan op basis van deze hashtag. Het heeft ons al heel wat goede ideeën, interessante links en handige programma’s opgeleverd. Niet voor niets zijn ze winnaar geworden van de Edublog Awards 2009.

Twitter & Education - #140conf LA from RealPlayer SP on Vimeo.


Meer over Social Media en onderwijs in de VS vindt je in het artikel: 85+ Resources: Educator Guide for Integrating Social Media

Ook in Nederland wordt heel wat getwitterd. Misschien kunnen ook wij elke dinsdag een interessante discussie opzetten over ict in het onderwijs met als hashtag #netwijs: Discussie Dinsdag! Neem je rol als consument én als producent. Samen voor beter onderwijs!

Praktisch en anders aan de slag met Word 2007

Office 2007 biedt ten opzichte van zijn voorgangers enorme meerwaarde. Veel mensen moeten wennen aan de lay-out, wat overigens wel begrijpelijk is, maar de mogelijkheden zijn zeer uitgebreid.
Een voorbeeld hiervan: De standaard sjablonen.

Het is enorm leuk en leerzaam voor de leerlingen om daar eens kennis mee te maken. Na het klikken op ‘Bestand|Nieuw’ is er de mogelijkheid om te kiezen voor ‘Sjablonen|Microsoft Office online’. De mogelijkheden zijn eindeloos, want nu kunnen kinderen met behulp van de sjablonen een eigen reclamefolder, brochure, nieuwsbrief of zelfs tijdschrift maken. (Dit kon binnen eerdere Word versies ook al wel, maar de sjablonen waren nog niet zo aantrekkelijk en het aanbod was nog niet zo uitgebreid.)

Vaak maken kinderen een ‘standaard’ werkstuk met inleiding, inhoudsopgave, een aantal hoofdstukken en een nawoord/bronvermelding. Nu is er ruimte om met verschillen de tekstsoorten, uiteenlopende werkstukken te maken.

Vaardigheden
Bij het werken met de sjablonen leren de kinderen technisch hoe ze moeten werken met kolommen, afbeeldingen, tekstvakken, kopteksten, alinea’s enz. Daarnaast leren ze de opbouw van verschillende tekstsoorten kennen en maken ze kennis met diverse manieren van stellen.
Het gebruik van standaard sjablonen biedt ook mogelijkheden om te gebruiken bij het begrijpend lezen. Een voorbeeld: Open een sjabloon van een standaard brief. De opbouw van een goede brief wordt direct zichtbaar. Het is een fantastische opdracht om een brief in die lay-out te schrijven naar een instantie die past binnen een thema of onderwerp.

De praktijk
Ik heb het zelf een tijdje geleden uit mogen proberen met een groep leerlingen en de resultaten waren mooi. Ik heb eerst instructie gegeven over de indeling en opbouw van een folder. Daarna gingen ze aan de slag met de opdracht: Maak een nieuwsbrief of reclamefolder over een zelfgekozen onderwerp. Twee jongens hebben een gamekrant gemaakt. Daarin stonden (zelf geschreven) recensies van verschillende games. Er was een rubriek: Nieuw op de markt, waarin de nieuwste games werden beschreven. Ook waren interviews met een aantal klasgenoten over gaming en tot slot uitleg over de verschillende platforms.

Hierboven een voorbeeld van een standaard sjabloon
Andere kinderen hadden een folder gemaakt over opvallende mode. De herkomst van die mode, uiteraard veel afbeeldingen, maar ook een stuk geschiedenis over kleding. Tot slot een kind dat een folder had gemaakt over de computer als ‘ding’. Daarin werd uitgebreid beschreven wat voor verschillend soorten er zijn, wat de voor- en nadelen zijn, maar er was ook een interview met een medewerker uit een computerzaak.
Het is zeker de moeite waard om hier eens mee te experimenteren. Word 2007 kan een enorme verrijking voor uw stelonderwijs zijn en het begrijpend lezen bij u op school.

Beschikt uw school nog niet over office 2007, geen probleem. Uw ICT coördinator kan u vast meer vertellen over de aanschaf van office 2007 op school. Het is ook mogelijk de office 2007 sjablonen op te slaan als Word 97-2003 document en vervolgens te openen in een oudere Word versie.
Kunt u zelf nog niet voldoende uit de voeten met Word 2007, dan zijn er altijd de trainers van Netwijs nog.

maandag 21 december 2009

Powerpoint converteren naar Flash

Wanneer je een powerpointpresentatie online wilt zetten, kun je dat op allerlei manieren doen. In een eerder blog heb ik daar iets over geschreven.

Het kan ook heel handig zijn om een powerpointpresentatie over te zetten naar flash.
De presentatie wordt in ieder geval een stuk kleiner en ook het openen vanaf internet gaat veel eenvoudiger, omdat het wordt geopend in de browser, en het geluid wordt ook in het flash-bestand opgenomen.

Er zijn diverse programma's waarmee een powerpoint-bestand kan worden geconverteerd naar een flash-bestand (swf). Het mag natuurlijk niets kosten en daarom zocht ik naar een gratis variant. Die vond ik op iSpringfree.

Het programma wordt toegevoegd aan Powerpoint. Het werkt in ieder geval met Powerpoint 2003 en 2007:



De werkwijze is eigenlijk heel eenvoudig:

- Open de presentatie waarvan je een flash-bestand wilt maken.
- Klik op de knop [Publish]
In dit venster kun je allerlei instellingen maken.
Ik had graag gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de presentatie volledig automatisch af te spelen, maar ik kwam tot de ontdekking dat de volgende dia werd vertoond voordat de tekst helemaal was uitgesproken.
Daarom heb ik gekozen voor de volgende instellingen:


Het resultaat is heel behoorlijk. Beeld en geluid komen goed over. Animaties worden soms een beetje schokkerig weergegeven.

Zoals je in de werkbalk hebt gezien, is er ook een mogelijkheid om flashobjecten en Youtube-filmpjes in de Powerpoint-presentatie op te nemen.

zaterdag 19 december 2009

Online cursus ict-vaardigheden

Serge de Beer maakt gratis cursussen voor leraren die over meer vaardigheden willen beschikken om ict een plaats in hun onderwijs te geven. Elke maand komt een nieuwe cursus beschikbaar.
Inmiddels heeft hij de volgende delen gepubliceerd:
- Zoeken en vinden op internet
- Foto’s gebruiken en bewaren
- Sociale netwerken
- Online (samen)werken


Je kunt je op de website Learning Tour ook abonneren op de cursussen. Je krijgt dan elke maand een mededeling in je mail dat een nieuwe aflevering beschikbaar is.

Nieuw: Online versie
Via de weblog van Andre Manssen las ik vandaag dat Paragin, ontwikkelaar van educatieve content, de cursussen van Serge online heeft gezet.


Je kunt als deelnemer zelf bepalen welke onderdelen je wilt maken en de applicatie zet deze onderdelen klaar en houdt bij wat je hebt afgerond. Hierbij wordt ook in beeld gebracht over welke ict-competenties je beschikt.
De online cursus is gratis. Serge biedt ook coaching aan om deelnemers tijdens de cursus te begeleiden. Hiervoor wordt een vergoeding gevraagd.

Ik denk dat dit voor individuele leerkrachten goede mogelijkheden biedt, maar het geeft ict-coördinatoren ook goede mogelijkheden om de competenties van leerkrachten te vergroten en zo de integratie van ict in hun onderwijs te bevorderen.

vrijdag 18 december 2009

Jaarlijkse Netwijs Studiedag de Pantarijn

Voor basisschool de Pantarijn in Rotterdam verzorgde Netwijs voor het tweede jaar op rij een Netwijs studiedag. Deze stond dit jaar in het teken van Microsoft Powerpoint en Excel en Activ.

Er is dit jaar gekozen voor workshops van 2,5 uur per ronde, zodat er veel praktisch gewerkt kon worden. Er zijn weer heel wat praktische bestanden gemaakt die direct toepasbaar zijn in de onderwijspraktijk.

Zo is er tijdens de Microsoft Powerpoint o.a. een quiz gemaakt voor de kleuters waarbij de woordenschat wordt uitgebreid, hebben de leerkrachten lessen voorbereid in de Activ software en zijn er praktische toepassingen bedacht voor Excel in de dagelijkse onderwijspraktijk. Natuurlijk is Excel ook erg handig voor de cijferregistratie voor leerkrachten.

Bekijk hieronder een impressie van de studiedag:

woensdag 9 december 2009

Hoe leer jij?

We kennen allemaal de Meervoudige Intelligenties van Howard Gardner. Hoe ben jij knap? Ben je vooral auditief ingesteld of beeldend? Werk je graag samen of juist alleen?
In het onderwijs proberen we steeds vaker rekening te houden met deze intelligenties. Niet alle lesstof verbaal of schriftelijk aanbieden maar juist gedifferentieerd met diverse werkvormen.

Dan zetten we de computer toch in?! Daarmee kun je prima differentiëren…
Een prima gedachte, maar wat ga je de leerlingen dan laten doen? Toch zeker geen Twitter of Hyves?! Leerlingen doen dat toch allemaal in hun vrije tijd?

Hoe maken leerlingen eigenlijk gebruik van interactieve media?

Een recent onderzoek van Kennisnet over “Jongeren en interactieve media” laat zien dat er 4 typen gebruikers te onderscheiden zijn.

Samengevat gaat het om Traditionalisten die alleen gebruik maken van de basisfunctionaliteiten van interactieve media; Gamers spelen het liefst samen en beleven plezier aan “het doen alsof” en leren in games; Netwerkers zijn vriendschap-gedreven en gericht op communicatie met gelijkgestemden, ze combineren het gebruik van profielpagina’s met MSN; Producenten komen het dichtst in de buurt van de Netgeneratie met een divers en intensief gebruik van intereactieve media voor productie en interactieve consumptie van ‘content’.

Conclusie:
Niet alle jongeren gebruiken alle media op dezelfde manier. Sommige applicaties als MSN of Hyves worden veel gebruikt, alleen gebeurt dit op verschillende niveaus en verschillende betekenis voor de gebruikers. Er wordt vooralsnog weinig content gemaakt.

Traditionalisten consumeren met name tekst; de Gamers zijn beeldgericht; de Netwerkers produceren met name tekst en Producenten maken beeld, geluid en tekst.

Leerkrachten kunnen gebruik maken van deze informatie!
Als er in de groep voornamelijk Producenten voorkomen, dan kan het zinvol zijn om vooral zelf content te laten maken (door gebruik te maken van media convergentie). Dit werkt natuurlijk niet als de groep voornamelijk bestaat uit Traditionalisten of Netwerkers. Bestaat de groep voornamelijk uit Netwerkers dan kan een Blog uitkomst bieden.

In de 100e Vives van december 2009 staat een artikel “Wie schrijft, die blijft”; wie blogt, wordt bezocht (weblogs in het literatuuronderwijs) waar Jeroen Clemens de spijker op zijn kop slaat:

“Mijn leerlingen kunnen de werkmethode kiezen die het best bij hen past.” Leerlingen krijgen de keuze om een gewone papieren boekbespreking, een rondetafel gesprek of een weblog te gebruiken als werkmethode.

dinsdag 8 december 2009

Tips om flipcharts Primary in Inspire te gebruiken!

Als je met de nieuwste versie van de ACTIV software (Inspire) werkt en een flipchart wilt downloaden van internet, kun je een foutmelding krijgen. De flipchart die je wilt downloaden is gemaakt met ActivPrimary, de voorloper van Inspire.De extensie van de flipchart in Primary is .flp Dat is een andere extentie dan een flipchart die is gemaakt met Inspire. (deze heeft flipchart als extensie).

Wat moet je doen als je tòch de gevonden les wilt bekijken? Er zijn twee manieren om de les te kunnen gaan gebruiken.

Manier 1
Open de les die je wilt downloaden. Er verschijnt een popup schermpje met daarin de vraag of je deze les wilt [Openen], [Opslaan] of [annuleren]. Kies voor [Opslaan]. Je bent dan meteen in de gelegenheid om de les een andere naam te geven. Zet achter de naam van bestand.flipchart. Kies bij [Opslaan als type] voor [Alle bestanden]. Sla de les op in de map van je keuze.

Kies vervolgens voor [Opslaan].

Bovenstaande is een handeling die je iedere keer weer dient te herhalen. Niet erg als je niet vaak een les zoekt op het internet. Doe je dit echter vaker, dan is de tweede mogelijkheid een betere:

Manier 2:

Klik op de website op de link naar het bestand dat je wilt opslaan

Er verschijnt een venster:


Klik op Opslaan

Sla het bestand op in de map van je keuze

Klik na het downloaden op Openen:


Het volgende venster verschijnt:


Kies “Het programma in een lijst selecteren”

Kies in onderstaand venster het programma waarmee de flipchart moet worden geopend: “Inspire”


Als Inspire niet in de lijst staat, kan het programma worden gevonden via de knop “Bladeren”
Ga naar de map C:\Program Files\Activ Software\Inspire en kies het bestand Inspire.exe. Bestanden met de extensie .flp worden vanaf nu op deze computer met Inspire geopend.

Als een bestand met de extensie .flp eenmaal in Inspire is geopend, kan deze worden opgeslagen. Het bestand krijgt dan automatisch de nieuwe extensie .flipchart. Het bestand kan niet meer geopend worden in de oude versie ActivPrimary.

Gratis kennismakingstraining voor uw digitale bord!

Eindelijk! Het nieuwe digitale bord hangt in uw lokaal. Alles erop en er aan. Het werkt. De (heel) korte instructie ging eigenlijk veel te snel maar goed. Nu zelf aan de slag. Waar moet ik beginnen? Wat kan er allemaal met het bord? Krijg ik dat ooit allemaal onder de knie?

Een nieuw digitaal bord brengt nogal wat veranderingen met zich mee. Het belangrijkste in de implementatie van een digitaal bord is de scholing van de leerkracht die er mee aan de slag gaat. Iedere leerkracht beschikt over een ander vaardigheidsniveau. Iedere leerkracht leert in z'n eigen tempo.

Station to Station heeft voor al haar klanten een gratis cursus ontwikkeld die de leerkracht kan "maken". In een aantal lessen worden de basisvaardigheden behandeld. Iedere les bestaat uit opdrachten die uitgevoerd moeten worden. Zo leert de leerkracht direct met deze vaardigheid te werken. Het doorwerken van de gratis cursus duurt zo'n 30 minuten. Het geeft de beginnende leerkracht-met-digibord net even die zekerheid die zo belangrijk is voor het allereerste begin. Ga naar http://www.netwijs.info/ en kies voor Digitale schoolborden - gratis cursussen. Hier kunt u inloggen met

naam: Netwijs
wachtwoord: digibord

De trainers van Netwijs weten dat een dergelijke training een prima start is, maar dat een vervolg nog beter is. Het ontwikkelen van vaardigheden op het bord, zal alleen een goede "boost" krijgen als er een of meerdere trainingen gevolgd worden. Tijdens een schooljaar een aantal momenten vastleggen waarop de leerkrachten gericht aan de slag gaan met de software. Het praktische deel (het "doen"), het leren van elkaar en de onderlinge overdracht van de kennis zijn een paar punten die als heel prettig worden ervaren door leerkrachten.

Wat we nu veel zien gebeuren, is dat er gedacht wordt dat de leerkrachten dat "er wel even bij doen". Er bij? Tussen de administratie, gesprekken, overleggen, thema's en vieringen door? Het "oefenen" met het bord staat dan al snel op een lager pitje. Begrijpelijk aan de ene kant. Want: je moet keuzes maken. Zonde, aan de andere kant. Zonde van alle mogelijkheden die onbenut blijven. De leerlingen zitten ook geboeid te kijken naar de mogelijkheden van het nieuwe bord. Wat kan het allemaal? Zij vinden het jammer dat het gebruik dan heel beperkt is. Een filmpje kijken is wel leuk maar dat is na een paar keer ook niet meer nieuw. En laten we wel wezen: Er is een forse investering gedaan. Als blijkt dat deze niet volledig wordt benut, is dat zonde van het geld.

Het zou alle partijen helpen als er in het implementatietraject ook voldoende ruimte wordt gereserveerd voor de trainingen. Ruimte in de jaarplanningen en ruimte in het budget. Regelmatige trainingen zorgen voor een hoger vaardigheidsniveau van de leerkrachten en dus een beter gebruik van de borden.

Ga naar de website, maak de les en ervaar zelf wat er zoal kan met uw digitale schoolbord!

zaterdag 5 december 2009

Gebruik van stemkastjes in het onderwijs (2)

Via een Google Wave die door Rob van Keulen van Interwritelearning is opgezet, kwam ik op het spoor van een pdf "Clicker Resource Guide". Een heel bruikbare handleiding voor leerkrachten die didactisch gebruik willen maken van stemkastjes in hun onderwijs.

In de handleiding wordt onder andere in fasen aangegeven hoe de leerkracht die stemkastjes gebruikt, zich ontwikkelt:

1) Het stellen van eenvoudige, feitelijke vragen waarop eenduidige antwoorden gegeven kunnen worden.
2) Het stellen van meer complexe vragen of vragen waarop geen eenduidig antwoord te geven is, of waarover gediscussieerd kan worden.
3) Het stellen van uitdagende vragen; hiervoor is het nodig dat de leerlingen de stof al bestudeerd hebben en dat ze door middel van de vragen tot diepere inzichten komen.

Deze drie fasen worden verder uitgewerkt in een bespreking van tien soorten vragen die met stemkastjes gesteld kunnen worden.

Het handboek geeft aan hoe belangrijk het is dat bij een goed gebruik van stemkastjes, vragen uitmonden in discussie om tot dieper inzicht te komen.
Ook wordt aangegeven welke effecten het goed gebruik van stemkastjes heeft.

vrijdag 4 december 2009

Leren van de toekomst Vervolg

Naar aanleiding van mijn blog van eerder deze week over Leren van de toekomst schreef Arno Coenders van Kennisnet me een vriendelijk mailtje waarin hij de ins en outs van het project toelichtte. Ik neem dat mailtje bijna integraal over (met uitzondering van zijn uitnodiging om eens op de koffie te komen):

"Uiteraard ben ik het helemaal met je eens dat de mens/leerkracht uitgangspunt is en dat de techniek daarbij volgend moet zijn en aan moet sluiten bij behoeftes. Vanuit het project proberen we daar ook optimale invulling aan te geven. We hebben een flinke portie onderwijskundige capaciteit in huis gehaald die intensief met de school gaat samenwerken. Het curriculum van die periode wordt als uitgangspunt genomen. De onderwijskundigen gaan kijken naar de leerdoelen en verschillende vormen van didactiek. Deze vormen uitgangspunt. Op basis daarvan wordt gekeken welke technologie er voor handen is en hoe dit een bijdrage (en meerwaarde) kan leveren aan die uitgangspunten. Op basis daarvan worden lessen en plannen geschreven. Leerkrachten worden hier op voorbereid en in begeleid gedurende het project. Daarnaast is TNO betrokken bij het project. Zij zullen docenten ook voorbereiden op de drie weken dmv visiesessies en begleiding. Om helemaal niets aan het toeval over te laten worden er ook pilots gehouden op scholen bij alle devices. Op die manier krijgen we een goede indruk van de mogelijkheden en kunnen we zorgen voor een goede afstemming."

Gelukkig blijft het onderwijs het uitgangspunt. Een experiment als dit kan natuurlijk boeiende nieuwe gezichtspunten opleveren. Ik ben wel benieuwd hoe leerkrachten die geen gebruik kunnen maken van de uitgebreide ondersteuning deze nieuwe technologie gaan inpassen in hun onderwijs.

Elke Das, de kersverse winnaar van de beste onderwijsblog van 2009, schrijft in deze bijdrage ook een paar rake dingen over Leren van de toekomst.

Video interactie met behulp van flip camera

Er is al veel geschreven over het gebruik van flipcamera’s in het onderwijs. Een flipcamera in een handige camera met geïntegreerde usb stick die het mogelijk maakt om beeldmateriaal binnen een mum van tijd op de computer te zetten, te bewerken of direct af te spelen.



Voorbeelden van reeds bekende praktische toepassingen: Het maken van interviews door kinderen, communicatie met andere scholen, toneelstukken spelen en tonen of snel beeldmateriaal voor de ouderavond verzamelen.
Wat ik echter nog niet gelezen heb is:”Het coachen van een leerling, een groep leerlingen of een hele klas met behulp van de flipcamera.”

Het woord video interactie zegt al heel veel. Naar aanleiding van videobeelden ontstaat er interactie tussen leerkracht en leerling. Het woord ´inter´ geeft aan dat beide partijen inbreng hebben en het woord´actie´ geeft aan dat er van beide kanten dus actie ondernomen kan worden. Dit vraagt een open houding van de leerkracht.

Dingen bespreekbaar maken in een groep is de sleutel tot een positief klassenklimaat.



Nu is het uiteraard niet zo dat iedereen maar gelijk met video interactie moet beginnen. Natuurlijk is het leuk om eens de klassensituatie te filmen tijdens het werken en dat later met de kinderen te bespreken. Mooier is om dit hulpmiddel te gebruiken om het klassenklimaat te verbeteren.

Hoe kun je dat aanpakken?

Leerkrachten kunnen door de compactheid en de eenvoud van de camera op een aantal willekeurige momenten filmen in de klas. Deze momenten moeten wel zorgvuldig worden gekozen. Advies is om te beginnen met situaties waarbij het ´goed´ gaat.
Na het filmen van een aantal momenten staat het gefilmde al snel op de computer. U verbindt de camera via usb rechtstreeks met de computer, hij wordt automatisch gedetecteerd en de filmpjes worden overgezet met 1 druk op de knop.

Met behulp van het digibord en een aantal gerichte kijkvragen (kom ik later op terug) kunt u de leerlingen laten zien “hoe het gaat” in de klas. Dat is aanleiding tot een gesprek en een afspraak of werkpunt.

Bij het begeleiden van een klein groepje of individuele leerling is het noodzakelijk een aantal momenten te kiezen om rustig met de betreffende leerling(en) naar de beelden te kijken. Zelf liet ik tijdens een creatieve activiteit mijn collega toezicht houden in de groep om vervolgens even zelf met een groepje leerlingen de klas te verlaten. De leerling(en) zit(ten) op dat moment in een uitzonderingspositie. Daarom is het van belang heel duidelijk aan te geven waarom u de opnamen maakt. Redenen daarvoor kunnen zijn: een zwakke concentratie van een leerling tijdens het werken, onrust tijdens lesovergangen, aandacht van de leerlingen bij instructie.



Bij de nabespreking gaat u uit van het positieve om te zorgen voor succeservaring. De leerlingen beschouwen en benoemen hun eigen gedrag op momenten dat het goed gaat.

Vragen hierbij kunnen zijn:
Bekijk het filmpje en schrijf/noem 2 dingen op waar je heel tevreden over bent.
Bekijk het filmpje en schrijf/noem 1 ding op waar je trots op bent.
Schrijf/noem op wat je opvalt als je naar jezelf kijkt?


Vervolgens trekt de leerkracht daar in overleg met de leerling conclusies en maakt afspraken. Dat kan in de vorm van een groepsplan zijn voor de aankomende week (refereren aan de gedragsregels van de school werkt natuurlijk perfect), maar er kan ook een persoonlijk plannetje worden gemaakt. Heel belangrijk daarbij: Kleine stapjes!

Vragen die bij deze fase passen:
Wat wil je aankomende toevoegen aan hetgeen je al kunt?
Wat wil je verbeteren?


Een week later kan hetzelfde proces worden herhaald om te kijken hoe het op dat moment gaat. Bij succes kan er een volgende actiepunt afgesproken worden. Werken met beloningen is hierbij een succesfactor. Voor de professionele leerkracht die dit planmatig aanpakt kan dit heel goed gaan werken.

Note: Leerkrachten die zelf bekend zijn met video interactie weten dat rust of onrust in een groep vaak in heel kleine dingen zit.
Heel belangrijk in dit verhaal is: In deze blog wil ik laten zien hoe leerkrachten op een eenvoudige innovatieve manier met behulp van een camera kunnen kijken en reflecteren op gedrag in de groep. Dat wil niet zeggen dat de oorzaak van onrust altijd bij leerlingen ligt.
Op het moment dat de leerkracht zichzelf ook laat filmen ontstaat er een completer beeld.

maandag 30 november 2009

Leren van de toekomst

Trendmatcher schreef een blog over het nieuwe experiment van Surfnet/Kennisnet: Leren van de toekomst.
Leuk experiment hoor. Lekker veel nieuwe technologie. Ben ik gek op. Maar waar ik vooral benieuwd naar ben is het concept van de leerkracht die ermee aan het werk gaat. En hoe nieuwe technologie daarbij aansluit. "It's not the hardware, stupid!" We moeten het niet zoeken in de technology, maar in de kwaliteit van de leerkracht. Een didactisch bekwame leerkracht ziet door de technologie de gebruiksmogelijkheden voor haar onderwijs. Als de leerkracht niet bekwaam is, wordt het op z'n best een trucje, waarmee je je onderwijs zeker niet verbetert. Een voorbeeld: Zwijsen bracht enkele jaren geleden de 3e versie van Veilig leren lezen uit. Eén van de belangrijkste uitgangspunten: differentiatie, omgaan met verschillen. Individualisering van het aanvakelijk leesonderwijs.
En dan komt de leerkrachtassistent bij het digitale bord: Alle leerlingen van groep 3 doen mee, "Want ze vinden het zó leuk!" De vraag of de raket-leerlignen er nog iets van leren, wordt niet gesteld. Een uitdaging voor de leerkracht dus. Hoe kan ik de leerkrachtassistent inzetten voor de doelgroep en ook de andere leerlingen op hun niveau aan het werk laten zijn.

Voorwaarde voor een goed gebruik van technologie is een leerkracht met een sterk en consequent didiactisch concept. Ik hoop dat het innovatieprogramma daar vooral aandacht aan besteedt!
Goed onderwijs is onderwijs dat voldoet aan twee belangrijke criteria: Betrokkenheid en doelgerichtheid. Als het gebruik van technologie daaraan bijdraagt, is het een garantie voor kwaliteit.
Ik constateer mét Trendmatcher dat er in Leren van de Toekomst vooral aandacht besteed wordt aan hardware, en niet aan software. Of dát nu zo'n gelukkige keuze is? Ik krijg meteen het beeld voor ogen van mannetjes die met begerige blikken de techniek bekijken. Daar gáát het niet om! Het gaat om goed onderwijs!

zondag 29 november 2009

Werken met response systems (stemkastjes)

Een classrooom response system bestaat uit een aantal stemkastjes en een ontvanger die is verbonden met een computer. Op de computer is software geïnstalleerd waarmee de antwoorden van de leerlingen geregistreerd worden. De antwoorden kunnen omgezet worden in een grafiek en worden opgeslagen.
Daarnaast is een beamer onontbeerlijk om de vragen en de antwoorden voor iedereen zichtbaar te maken.
Een digitaal schoolbord is in tegenstelling tot wel wordt gedacht, bij de meeste systemen niet nodig: meestal wordt de ontvanger rechtstreeks op de computer aangesloten, en niet via het bord.
Andere namen voor dergelijke systemen zijn audience response systems, voting systems en in eenvoudig Nederlands: stemkastjes. In quizprogramma’s zoals Weekend millionair worden ze ook gebruikt.

In onderstaand filmpje zien we een praktijkvoorbeeld van het gebruik van stemkastjes in het onderwijs:



Gebruiksmogelijkheden
Wat is het effect van mijn instructie? Als het goed is, stellen leerkrachten zich die vraag steeds wanneer ze iets uitleggen. Het meten van het effect van de instructie is echter niet zo eenvoudig: tijdens de instructie kun je natuurlijk niet aan álle leerlingen een vraag stellen: dat is veel te tijdrovend, en de kans op identieke antwoorden is heel groot. We noemen dat ook wel het “Ren-je-rot-effect”: als een aantal leerlingen hetzelfde antwoord geeft, kun je er van op aan dat de rest ook voor dat antwoord zal kiezen. Dat is natuurlijk lekker veilig, of je hoeft zelf niet meer na te denken. En wie herkent niet deze gedachtegang: "Als ik m'n hand niet opsteek, slaat de juf me wel over, hoop ik!" Maar de leerkracht wil juist van leerlingen die hun hand níet opsteken weten of ze het begrepen hebben... En het liefst van al deze kinderen!
Wanneer gebruik gemaakt wordt van stemkastjes, krijgt de leerkracht de beschikking over een krachtig hulpmiddel: Je geeft pas als alle leerlingen gereageerd hebben, de antwoorden vrij. Zo kun je objectief meten of de instructie aan het doel heeft beantwoord. Bij diverse soorten stemkastjes kun je als leerkracht ook zien welke antwoorden door de individuele leerlingen zijn gegeven, en kun je je vervolgstappen (zoals extra instructie) daaraan aanpassen.

Feiten en meningen
We leven in een tijd waarin iedereen wordt uitgenodigd om zijn mening te geven over allerlei onderwerpen. Stand.nl is daar een goed voorbeeld van. Opvallend is vaak dat mensen hun mening ventileren zonder enige inhoudelijke kennis van het onderwerp. Er wordt wel gezegd dat beslissingen van mensen vaak niet gebaseerd zijn op feiten, maar op meningen. Daar zitten gevaarlijke kantjes aan: het leidt tot vooroordelen, of mensen nemen verkeerde beslissingen waar ze later spijt van krijgen.
Het is daarom belangrijk dat kinderen leren dat er verschil is tussen feiten en meningen. In de methoden voor begrijpend lezen wordt dit onderwerp behandeld.
Je kunt prima gebruik maken van stemkastjes om kinderen zich hiervan bewust te maken. Dit kan door leerlingen bijvoorbeeld eerst antwoord te laten geven op vragen waar ze eigenlijk niet zo veel van weten. Vervolgens worden de feiten over dit onderwerp verzameld en beantwoorden de leerlingen opnieuw vragen over dit onderwerp. Uit de antwoorden zal het verschil duidelijk worden.
Ook is het mogelijk stemkastjes te gebruiken om snel een onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de gezinssamenstelling van de leerlingen, hun hobby’s, huisdieren enzovoorts. Dit kan weer het startpunt zijn voor een rekenopdracht over statistiek.

Stemkastjes kunnen ook gebruikt worden om (cito)toetsen te oefenen, toetsen af te nemen of een groepsdiscussie te starten.

Voordelen van het gebruik van stemkastjes
- Houd de aandacht vast
- Houd de aandacht gericht op het onderwerp van de les
- Geef anoniem je mening
- Volg individuele antwoorden
- Maak reacties onmiddellijk beschikbaar
- Creëer en interactieve en leuke leeromgeving
- Breng een snelle interactie met de leerlingen tot stand
- Verzamelg gegevens voor rapportage en analyse

Het gebruik van stemkastjes levert kortom grotere betrokkenheid op van de leerlingen en een effectievere instructie van de leerkracht.

Leerkrachtvaardigheden
De leerkracht heeft nieuwe vaardigheden nodig om goed gebruik te kunnen maken van stemkastjes: het gebruik is zeker in het begin niet intuïtief: je moet leren er vlot mee om te gaan, zodat de voortgang van de les niet wordt verstoord.
De leerkracht moet misschien ook leren de juiste vragen te stellen. Bij alle systemen is het mogelijk de les voor te bereiden en op te slaan. Die voorbereiding moet dus plaatsvinden en er moet worden nagewdacht over de vragen die gesteld moeten worden om een goede feedaback te krijgen: niet te eenvoudig, niet te moeilijk, en gericht op de doelstelling van de les.
Oefening baart kunst: pas als de de leerkracht veelvuldig gebruikt maakt van stemkastjes, ontwikkelt ze de vaardigheden die nodig zijn om optimaal te profiteren van de mogelijkheden.
Bij voorkeur dienen de stemkastjes op elk moment beschikbaar te zijn. Dat is voor veel scholen nog een brug te ver, gezien de kosten van een set stemkastjes.

Powerpoint 2007 biedt een functie waarmee direct vragen gesteld kunnen worden. Deze vragen kunnen gedurende de presentatie beantwoord worden met stemkastjes. Er zijn softwarepakketten die zelfstandig functioneren; een aantal pakketten biedt ook de mogelijkheid om de software te integreren in andere pakketten zoals Powerpoint:


Overeenkomsten en verschillen
Stemkastjes zijn er in allerlei vormen en maten. Het bekendst zijn waarschijnlijk de systemen die worden aangeboden bij de digitale borden van de bekende leveranciers. Sommige daarvan kunnen alleen samen met de software die bij het bord wordt aangeboden, gebruikt worden. Andere zijn ook los te gebruiken.
Er zijn grote verschillen in gebruiksgemak van de software tussen de diverse merken. Bij het maken van een keuze is het ook belangrijk om te kijken naar de mogelijkheden om vragen voor te bereiden, maar ook om spontane vragen te stellen.

Alle systemen kunnen gebruikt worden om een antwoord te geven op multiple-choice vragen. Sommige zijn ook geschikt om antwoord te geven op open vragen.
Er zijn systemen die gebruikt kunnen worden in combinatie met een mobiele telefoon, zoals SMS2Vote. Ik schreef al eerder uitgebreid over mijn ervaringen met dit systeem.

Aanbieding van Interwrite

Interwritelearning heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid: Ze bieden in een tijdelijke actie (einddatum onbekend) een set stemkastjes aan voor een spectaculair lage prijs van € 529,- inclusief mobi (mobiel invoerapparaat).


Enkele andere merken

Smart Senteo



Activ Expression


Hitachi Verdict Plus


iClicker


Als afsluiting een wat langer filmpje over het gebruik van smart senteo:

woensdag 25 november 2009

Microsofts iXPS-editor

Tijdens de meeting bij Microsoft STIC waar we een uitgebreide demo kregen van Semblio, liet Jeff Dirks ons ook de gloednieuw iXPS-editor zien.

Ken je de digibordsoftware van Malmberg? Ja? Dat kun je dus ook met de iXPS-editor (ongeveer).
Hij is zo nieuw dat ik er nog weinig van kan laten zien. De applicatie heeft nog een paar kinderziektes (ik kreeg een foutmelding bij het openen van het iXPS-document), maar het uitgangspunt is als volgt:

• Neem een tekstdocument en maak daarvan een XPS-document (de MS-variant van PDF).

• Open de iXPS-editor en open het xps-document.

• Voeg hotspots in de vorm van video of afbeeldingen toe. Je kunt ook hyperlinks toevoegen.


• Sla het bestand op.

Het resultaat is een boek/brochure/publicatie, die net als bijvoorbeeld in Calamaeo kan worden doorgebladerd. Als op een hotspot of een link wordt geklikt, wordt deze geopend.

Het ziet er heel cool uit en leerkrachten en leerlingen kunnen er geweldig mooie producten mee maken.

Op de achtergrond wordt druk gebruikt gemaakt van Silverlight.

Nieuwtjes van Microsoft

In een vorig blog vertelde ik over ons bezoek aan het STIC (School Technology Innovation Centre) in Brussel.

Rondleiding
Na de lunchpauze werden we door het centrum geleid door Jacques Denies, die het centrum runt. Hij let ons allerlei nieuwe technologieën zien, zoals de Surface (niet nieuw maar nog steeds fascinerend) en een flatscreen waarop 3-D beelden werden vertoond (zonder dat je daarvoor een maf brilletje nodig hebt). De Surface is in tegenstelling tot wat ik eerder hoorde, te koop: Hij staat in de prijslijst voor schrik niet: € 11.000,-.

Video van Microsoft Surface


Microsoft maakt ook allerlei hulpmiddelen voor mensen met een handicap (een scanner die gescande tekst direct voorleest en andere toepassingen voor spraakherkenning, speciale muizen en toetsenborden) en de multipoint mouse, waarover ik ook een leuk artikel vond.

Jacques liet ons ook de website Virtual books zien. Hier zijn digitale boeken beschikbaar gesteld die voor het grote publiek nooit zichtbaar zijn zoals aantekeningenboeken van Leonardo da Vinci en het muzikale dagboek van Mozart.

Hieronder een filmpje over de rondleiding:



Streetside
Binnenkort komt Microsft met Streetside in Bing maps , na de bird's eye die er nu al in zit. Het wordt nog druk met al die camera-auto's!
Hieronder de Bird's eye van Microsoft EBC, waar het STIC ook is ondergebracht:

Microsoft maakt daarbij gebruik van de techniek die ook in Photosynth aanwezig is.

Content ontwikkelen met Semblio

Maandag 23 november waren we -samen met andere onderwijsmensen uit allerlei Europese landen- uitgenodigd voor een bezoek aan het STIC (School Technology Innovation Centre) in hartje Brussel, een afdeling van Microsoft waar allerlei innovaties voor het onderwijs te zien zijn.
Microsoft heeft namelijk een nieuw programma ontwikkeld waarmee digitale content kan worden gemaakt: Semblio.
Jeff Dirks was overgekomen uit Redmond om ons alle ins en outs van het gloednieuwe programma te laten zien, en natuurlijk kregen we uitgebreid de gelegenheid om een en ander uit te proberen.
Semblio is nog niet beschikbaar voor het grote publiek. Dat zal naar verwachting in januari 2010 gebeuren, maar om het programma te testen kregen we de beschikking over de setup van de laatste testversie.

Semblio kenmerkt zich vooral door zijn eenvoud: de leerkracht hoeft niet te zoeken in een woud van mogelijkheden om snel een digitale les te maken.

In onderstaande screencast wordt het programma uitgebreid toegelicht.


Semblio biedt in een heel eenvoudige omgeving veel mogelijkheden voor de leerkracht om zelf digitaal lesmateriaal te maken. Maar ook leerlingen kunnen er prima mee overweg. Het kan zelfs een uitstekende manier zijn om eens een ander presentatiemiddel te gebruiken dan het aloude Powerpoint.
Om tot een volwaardig contenttool uit te groeien zullen nog wel diverse functies moeten worden toegevoegd, zoals de mogelijkheid van het embedden van flash en het kunnen inzien van antwoorden die door de leerlingen zijn gegeven.
Er is ook een SDK (Software Development Kit) beschikbaar. Deze is natuurlijk niet bedoeld voor de leerkracht, maar voor ontwikkelaars.

Jeff Dirks liet ons ook de mogelijkheden zien van de iXPS-editor, waarover in een volgend blog meer.

Hieronder een filmpje over het STIC:

donderdag 19 november 2009

Digitaal prentenboek met tekst op internet publiceren

Laatst kreeg ik van een school de vraag of het mogelijk is een digitaal prentenboek mét ingesproken tekst op internet te zetten, zodat kinderen (samen met hun ouders) deze ook thuis kunnen bekijken.
Mijn eerste gedachte was: Slideshare, niet moeilijk doen als het ook makkelijk kan. Toch bleek het niet zo eenvoudiug, want nadat ik een powerpoint presentatie met geluid op slideshare had gezet, bleek het geluid weg te zijn! Ook nadat ik de presentatie weer vanaf Slideshare had gedownload was er geen geluid meer...
Mijn volgende gedachte was om de presentatie dan maar op Skydrive te zetten. Dat lukte prima, maar het nadeel hiervan is dat je de presentatie eerst moet downloaden en hem dan pas kunt afspelen.
Toen ging ik maar weer terug naar Slideshare. Ik had toch weleens een presentatie mét geluid gezien?
Toen ontdekte ik de optie "Slidecast". Dat bleek de oplossing!
De werkwijze is heel kort als volgt:
1) presentatie maken met alleen afbeeldingen
2) Alle teksten na elkaar inspreken
3) Presentatie uploaden naar Slideshare
4) Geluidsbestand uploaden naar Slideshare
5) Teksten synchroniseren met de dia's van de presentatie
Dat zijn heel wat stapjes, maar het resultaat is prima!

Hieronder staat de presentatie zoals die uiteindelijk geworden is.
Ik heb gebruik gemaakt van een bestaand prentenboek, maar ik daag leerkrachten van de onderbouw uit om zelf (samen met de kinderen) een prentenboek te maken, dit te laten inspreken door de kinderen zelf en het dan te publiceren! Maak er een schoolproject van en laat de leerlingen uit de bovenbouw ondersteunen!

Als je wilt weten hoe ik het prentenboek gemaakt heb, kun je de screencast bekijken die ik met Camtasia maakte.

Digitaal prentenboek op Slideshare


The making of...

dinsdag 17 november 2009

Netwijs studiedag

Op 11-11-2009 organiseerde Netwijs een studiedag voor de ICT coördinatoren van het bestuur SKSWW in Grand Kasteel Woerden met vier workshops. De workshops stonden in het teken van: Zorg en ICT, Begaafden en ICT, mediawijsheid en Meer met het digitale schoolbord. Samen met de ICT werkgroep is een keuze gemaakt voor deze vier onderwerpen uit het volledige Netwijs workshop aanbod.

Meer met het digitale schoolbord:
Tijdens deze workshop stond centraal hoe je leerlingen interactief met het digibord kunt laten werken. Aanvullende materialen zoals een microscoop, visualisers en mobi's waren tijdens deze workshop aanwezig om eens uit te proberen.

Zorg en ICT:
ICT kan een grote meerwaarde hebben voor de zorg mits ICT goed ingezet wordt. Wat is ervoor nodig om zorg op maat te kunnen bieden? Door de intern begeleider en ICT coördinator te laten samenwerken, wordt er een plan opgesteld om ervoor te zorgen dat de juiste zorg bij de juiste leerling terecht komt. Opbrengsten van de workshop: een kwaliteitskaart "Zorg en ICT" en concrete acties die je kunt uitvoeren om ervoor te zorgen dat ICT aansluit bij de onderwijsbehoefte van de leerlingen.

Mediawijsheid:
Hoe veilig is het gebruik van internet en multimedia tijdens de les eigenlijk? Wat kun je als school doen om leerlingen verstandig met internet te laten omgaan? Tijdens de workshop zijn concrete handvatten gegeven om dit binnen de school vorm te geven.

Begaafden en ICT:
Theorie over begaafden, praktijkvoorbeelden en praktische handvatten stonden centraal tijdens deze workshop. Hoe kan ICT ingezet worden voor begaafde leerlingen?

Softwarepakketten, digitale leeromgevingen, maar ook internet als communicatiemiddel richting ouders zijn aan bod gekomen.

Hoe houd je de persoonlijke ontwikkeling van begaafde leerlingen in de gaten? Hoe kan ICT bijdragen bij projectmatig werken en systematisch evalueren?

Bekijk een impressie van de studiedag op onderstaand filmpje, gefilmd met een ipod nano.

maandag 16 november 2009

23 dingen

23 dingen? Wat wordt daar nu weer mee bedoeld? Het initiatief komt uit de VS, waar Helen Blowers in opdracht van de bibliotheek van Mecklenburg County een lesprogramma ontwikkelde over 23 web 2.0 toepassingen.


Een succesvol initiatief wordt snel opgepakt en gekopieerd: Inmiddels zijn ook in Nederland diverse 23 dingen ontwikkeld:

23 dingen van Rob Coers, in opdracht van de Vereniging van Openbare bibliotheken.
Van deze 23 dingen zijn inmiddels meerdere varianten verschenen, onder andere voor de politie en het archiefwezen.

23 dingen in het onderwijs
De stap naar het onderwijs werd natuurlijk ook gemaakt. Hier wil ik met name wijzen op
de 23 OVC-dingen van de Onderwijs Vernieuwings Coöperatie.
Bij elk "ding" wordt aangegeven wat het is, en vervolgens wat je ermee kan in het onderwijs. Ook worden allerlei links aangeboden die meer (achtergrond)informatie over dit onderwerp bieden.

De dingen kunnen zowel door leraren als door leerlingen worden gebruikt.

Toen ik de 23 onderwijsdingen voor het eerst zag, bleken tot mijn verrassing diverse "dingen" overeen te komen met activiteiten die de deelnemers aan onze opleiding voor ict-coördinatoren in module 5.2 (innovatieve ict-toepassingen) kunnen kiezen!


De 23 onderwijsdingen:

Ding 1: Weblogs
Ding 2: RSS
Ding 3: Google Docs
Ding 4: Google spreadsheets en forms
Ding 5: Filmmateriaal zoeken
Ding 6: Films maken en bewerken
Ding 7: Podcasten
Ding 8: Online foto’s bewerken en delen
Ding 9: Tijdlijnen
Ding 10: Animaties
Ding 11: Wiki’s
Ding 12: VODcast maken
Ding 13: Websites bouwen
Ding 14: Auteursrecht en plagiaat
Ding 15: Sociale netwerken
Ding 16: Screencasts maken
Ding 17: Veiligheid en privacy
Ding 18: Gesproken berichten
Ding 19: Social bookmarking
Ding 20: Microbloggen en SMS
Ding 21: Telefonie via internet
Ding 22: ELO (04-04-10)
Ding 23: Evaluatie (21-06-10)

zaterdag 7 november 2009

Woerdense Techniek 2-daagse

Op 3 en 4 november vond in een van de loodsen op het defensie-eiland in Woerden de Techniek 2-daagse plaats.

Dit evenement werd voor de eerste keer georganiseerd voor de groepen 7 en 8 van de basisscholen in Woerden en omgeving, in samenwerking met het bedrijfsleven.
De kinderen konden in anderhalf uur kennis maken met allerlei aspecten van het bedrijfsleven: onder andere autotechniek, schilderen en stucadoren, timmeren en metselen, houtbewerking en elektra, lichttechniek en loodgieterswerk.
Station to Station werkte ook mee: de kinderen kregen uitleg over de inhoud van een computerkast, ze mochten het avontuurlijke spel Jungle Jim en Jungle Jane spelen en met behulp van stemkastjes mochten ze vragen beantwoorden over De Delft. Van de herbouw van dit schip is een digitale les gemaakt die wij aanbieden aan alle scholen met een C3LO-netwerk.
Het evenement was een daverend succes. 1200 kinderen hebben het geweldig naar hun zin gehad. Toen ik één van hen vroeg wat ze het leukste had gevonden zei ze: "Dat weet ik niet; ik kan niet kiezen!"
Ook de mensen uit het bedrijfsleven die de kinderen uitleg gaven waren erg enhousiast.
Er was maar één minpuntje: de tijd was veel te kort. De kinderen hadden hier makkelijk de hele dag kunnen doorbrengen!

We hebben een korte impressie gemaakt van het festijn:

zaterdag 31 oktober 2009

Documenten online opslaan


Documenten moeten altijd op meerdere plaatsen worden opgeslagen. We begonnen lang geleden met diskettes (wie heeft er nog een doosje staan?), daarna kwamen de zipdrives en allerlei andere media, tot de snelle en ontzaglijk grote externe harde schijven van tegenwoordig. Ze beschermen in ieder geval tegen malheur op de computer zelf (een fatale crash van de harde schijf bijvoorbeeld), maar toen bij een goede vriend werd ingebroken en zijn laptop én externe harde schijf werden gesloten, was hij alles kwijt…

Lokale backup
Voor de lokale backup van mijn bestanden naar mijn externe harde schijf maak ik gebruik van het programma Syncback. Met dit programma kun je je hele backuproutine automatiseren. Het is zelfs mogelijk te backuppen naar een ftpserver.


Backup Online
Steeds meer mensen maken gebruik van de mogelijkheid om bestanden online op te slaan.
Er zijn enorm veel websites waar je je bestanden online kunt bewaren. Voor een aantal moet worden betaald, maar er zijn er steeds meer waar dat gratis kan.
Al een tijd geleden heb ik een account aangemaakt op Skydrive om daar een aantal bestanden op te zetten. Skydrive is inmiddels onderdeel geworden van Windows live. Nadeel is wel dat je die bestanden handmatig moet uploaden.
Nu wordt het weer een beetje eenvoudiger en wel met behulp van SkyDrive Explorer. Je installeert een programmaatje dat een extra map invoegt in de Verkenner. Zo kun je je documenten eenvoudige verslepen naar deze map waarmee ze online gezet worden. Maar… het moet nog steeds handmatig. Het is niet mogelijk om een backupplanning te maken, want de Skydrivemap heeft geen stationsletter, zodat je geen gebruik kunt maken van Syncback.
Skydrive biedt wel gratis opslag tot 25 GB aan!
Ik kreeg wel een déjà vu: jaren geleden bood Viksoe de mogelijkheid om een virtuele map op je harde schijf te maken waarin je bestanden kon zetten die werden opgeslagen in je gmail-account. Google was daar niet blij mee, ewn snel daarna bleken mijn bestanden in mijn map verwijderd te zijn...

Backuppen en synchroniseren
Uiteindelijk heb ik gekozen voor een combinatie waarbij de documenten opgeslagen worden op Dropbox. Dropbox biedt namelijk de mogelijkheid om een specifieke map op de computer te synchroniseren met de online server. Deze specieke map kun je overal op de harde schijf plaatsen. Alle documenten die in deze map staan, worden in de synchronisatie meegenomen.


Het werkt als volgt:
Met behulp van Syncback worden bepaalde mappen gekopieerd naar de map My Dropbox. Dit gebeurt volgens een bepaalde planning (eenmaal per dag). Alle bestanden in deze map worden gesynchoniseerd met de server van Dropbox. De synchronisatie draait op de achtergrond: zodra er iets gebeurt in de map My Dropbox, worden de wijzigingen geupload. Automatisch, zodat ik er geen omkijken naar heb. In mijn account van Dropbox kijk ik af en toe naar de recente activiteit: zo kan ik zien of alles nog goed werkt.
Dropbox biedt gratis opslag tot 5 GB. Helaas niet genoeg voor al mijn bestaden, dus Skydrive met z'n 25 GB is een welkome aanvulling voor mijn foto's.

En dan is er weer een nieuwe speler op de markt: Live Mesh. Hiermee kun je: bestanden uploaden naar een server, remote desktop gebruiken met alle computers die je in je account hebt aangemeld (met de mogelijkheid om bestanden te wisselen tussen je eigen computer en de computer-op-afstand) en ook hier kun je een specifieke map kiezen om deze te synchroniseren met een server online. Moet ik nu weer een keuze gaan maken? Ik laat het nog maar even bij de oplossing die ik eerder koos...

maandag 12 oktober 2009

Video's arrangeren met Dik

Ik vond laatst een al wat ouder berichtje over de webapplicatie Dik.
Dik voegt iets toe: je kunt zoeken in allerlei videosites en zelf een kanaal maken waarin je rond een bepaald onderwerp allerlei videomateriaal kunt verzamelen. Dit materiaal is dus direct beschikbaar als je een les rond dit onderwerp wilt geven.
Ik heb als voorbeeld een aantal video's verzameld over het gebruik van digitale borden en een paar toepassingen daar omheen (visualizers en stemkastjes).




zaterdag 10 oktober 2009

Kinderen maken games

In de Netwijs opleiding krijgen de studenten de opdracht een innovatieve ict-toepassing te kiezen en deze uit te voeren in hun eigen groep. Erik Ooms van de Zonnebloemschool in Den Haag heeft gekozen voor het laten maken van een game. Daarvoor gebruikt hij de Gamestudio van het Klokhuis.
Het is een geweldig project geworden, waarbij de kinderen enorm gemotiveerd gewerkt hebben. Dat is ook wel te zien aan de resultaten (zie het einde van deze blog).

We hebben van het project een videoverslag gemaakt:



Erik heeft een handleiding gemaakt voor zijn leerlingen waarmee ze aan het werk konden gaan:



Twaalf kinderen uit groep 6, 7 en 8 hebben aan het project meegedaan.
Ze hebben eerst een korte uitleg van de Gamestudio gekregen.
Er werd samengewerkt in tweetallen.
Ze kregen ook de opdracht om de games van de andere kinderen te spelen en daar commentaar op te geven: is de game spannend en klopt hij?
Als afsluiting hielden ze in hun groep een presentatie over hun game.

En: wat hebben de kinderen geleerd van het maken van een game?
- Ze hebben samengewerkt
- Ze moesten kritisch zijn op hun eigen game en op de games van de andere kinderen
- Ze moesten planmatig aan het werk om de game te ontwerpen
- Ze hebben oplossingen moeten bedenken voor problemen
Misschien geen meetbare leerresultaten, maar zeker belangrijke competenties!

Deze games zijn door de kinderen gemaakt:

Jasper en Jesper: Snel reageren
Margot en Nouredin: School
Joaquin en Julius: Probeer de... finish te halen
Priya en Taco: Mission - escape from school
Ying en Sebastiaan: Pak ze en Pak de schatkist
Isaiah en Noah: S.O.S.

Ondersteunend bewijs
Marloes Steunebrink heeft in haar afstudeerscriptie "Games en spelen" voor de HBO-opleiding Pedagogiek aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden onderzoek gedaan naar de meerwaarde van gamen in het onderwijs. Haar conclusie: "Games kunnen ingezet worden in het onderwijs omdat er voldoende pedagogische en educatieve elementen in naar voren komen." In hoofdstuk 7 geeft ze een opsomming van allerlei interessante links over dit onderwerp.
In een aanvullend document, Games in de les, beschrijft ze dertien games en geeft ze bij zes ervan praktische lesideeën.

maandag 5 oktober 2009

Beleid maak je samen


Tijdens de Netwijs Opleiding doen we het al een tijdje: (ICT) beleid samen met het schoolteam maken...

Wat doen wij als school allemaal al met ICT?
Wat willen we het komende jaar met ICT bereiken?
Waar willen we over een aantal jaar naartoe met ons ICT gebruik?

In de 4 in balans van 2009 op blz. 53 staat:
Veel leraren hebben behoefte aan een breed gedragen visie op de inzet van ict, die zou moeten worden ontwikkeld door management én onderwijsteam. Slechts op een beperkt aantal scholen, zo vinden de leraren, is die ambitie verwezenlijkt. Het management heeft daar een andere opvatting over.

Als uit de teamvergadering de korte termijn doelen zijn gekomen, dan komt het lastigste stuk (blijkt uit onze ervaring): het SMART uitwerken van deze doelen in concrete acties.

En dan de belangrijke vraag: Hoe houden we nu zicht op deze acties? Hoe weet iedereen ook alweer waar we mee bezig zijn?

Bovenstaande foto geeft weer hoe een school waar ik laatst op bezoek was dit heeft vormgegeven. Op deze manier is voor iedereen zichtbaar welke (ICT) doelen en acties dit jaar centraal staan. Bovendien wordt afgevinkt wat is behaald (nadat het is geëvalueerd natuurlijk).

Doe er je voordeel mee!

dinsdag 22 september 2009

Symposium Gaming in het onderwijs 2/3

Renée Filius presenteerde ons: Het ontwerpen van Games in het onderwijs.

De term serious game wordt verklaard - primaire doel is leren! (versus incidenteel leren in entertainment games ...)

Meerwaarde van Games zit hem vooral in:
- vereenvoudigen van de werkelijkheid
- dat er een ervaring geboden kan worden die betekenisvol, experimenteel en sociaal is
- maakt het mogelijk om bepaalde situaties te oefenen die in werkelijkheid niet mogelijk zijn (zoals de virtuele apotheker of het uitproberen van diverse management stijlen)

In het Hoger Onderwijs zijn (jonge) volwassenen wat minder gevoelig voor de component 'motivatie'. Games werken over het algemeen zeer motiverend voor leerlingen in het PO en VO, maar een volwassene wil meestal wat geplander leren en gaan strategischer met hun tijd om. Games worden door volwassenen veelal niet serieus genomen.

Hieronder een aantal voorbeelden van serious games:
Remission - leren omgaan met het hebben van kanker
Tel uit je winst - ben jij een goed ondernemer?
Civilization - beleef de geschiedenis ...
Peacemaker - ervaar de problematiek in het midden oosten



In games speelt feedback een hele belangrijke rol. Deze feedback kan zowel binnen als buiten de Game plaatsvinden en deze feedback kan zowel open als gesloten zijn.
Er kan feedback gegeven worden in de vorm van variabelen (en meters) zoals in de Peacemaker. Er kan een reactie volgen op een bepaalde actie (door medespelers of door vooraf ingevoerde variabelen) Ook kunnen er bepaalde gevolgen voortvloeien uit bepaalde acties die je hebt uitgevoerd of juist niet.

Buiten de game kan er feedback gegeven worden vanuit de docent of medespelers of in de vorm van toetsresultaten.

Vragen als: Waar leidt mijn gedrag (binnen de game) toe? Hoe doe ik dat? Hoe ga ik verder ... (Oorzaak - Gevolg) zijn belangrijke componenten om mee te nemen in de evaluatie.

Een goed voorbeeld wat ons als onderwijsgevenden wel zal aanspreken is jij voor de klas.nl:
Kan je orde houden? Hoe is de sfeer in jouw groep? Hoe oplettend ben je?
Er wordt directe feedback gegeven d.m.v. de meters links onderin op alle keuzen die je maakt in het spel (of juist niet maakt, ga je ergens wel op in ...)

maandag 21 september 2009

Cumulus-congres (vervolg)


In mijn bijdrage van donderdag 17 september berichtte ik uitvoerig over het Cumulus-congres in Putten.
En wat is nu de betekenis van de uitkomst van het project?
Binnen het project zijn een aantal voorwaarden gecreëerd om het project tot een succes te maken.
1) De vragen zijn vanuit een initiatief door het BIC-netwerk opgekomen uit de scholen zelf
2) APS-ITdiensten heeft groot ingezet op de begeleiding van het project; elke school werd zowel procesmatig als inhoudelijk intensief begeleid
3) De scholen werden voorzien van de ict-middelen waar ze om vroegen
4) Kennisnet heeft een grote financiële bijdrage geleverd
5) Ook vanuit Promethean werd het project financieel ondersteund (nu weten we ook waarom het Activboard in de film die we na afloop van het congres kregen, prominent in beeld komt en ook regelmatig met name genoemd werd)
Bovengenoemde voorwaarden hebben een grote rol gespeeld om het Cumulus-project tot een succes te maken. Uit de film blijkt dat de geïnterviewde leerkrachten zich het didactisch gebruik van ict –aansluitend bij hun visie op onderwijs– eigen gemaakt hebben. Eén van de geïnterviewde leerkrachten verwoordt het zo: “Toen ik aan dit project begon had ik echt zoiets van: ‘AIs jullie zo graag willen doe ik wel mee’ maar het is toch wel in me gaan zitten; ’t is nu wel mijn ding. Dat had ik niet gedacht drie jaar geleden. Ik heb er lol in, de kinderen hebben er lol in; ik zou het nu echt heel jammer vinden als de laptops en het digitale bord weg zouden vallen.”
Het uitgangspunt van het project: “Maak leerkrachten eigenaar van het ict-proces in hun onderwijs” is dus effectief gebleken.

Maar kan het ook zonder de uitgebreide begeleiding vanuit het project? Zonder de geboden faciliteiten? Volgens mij kan die vraag overtuigend met “ja” beantwoord worden.

Daarvoor moeten wel een aantal voorwaarden aanwezig zijn.
Ik noem als eerste de rol van de directie. Zoals onder andere uit de laatste Vier in balansmonitor blijkt, is de rol van de directie essentieel. Staat ICT op de agenda tijdens het functioneringsgesprek? Oftewel: maakt de directie ICT tot een issue in de school? Zonder de bezielende leiding van de directie komt ICT niet van de grond. Natuurlijk: de leerkracht die vanuit zichzelf overtuigd is van nut en noodzaak van ICT, zal er in slagen het gebruik van de computer in haar onderwijs een integrale plek te geven. Maar bij het gros van de leerkrachten gaat het niet vanzelf.
De directie kan vanuit een visie ICT tot een succes maken. Ze hoeft daarvoor niet zelf enorm vaardig te zijn, maar moet wel overtuigd zijn van de meerwaarde en de inzetmogelijkheden.
De kracht van implementatie van ICT wordt gevormd door de zwakste schakel. En in het organisatieschema Bestuur – Bovenschoolse directie – Schooldirectie – ICT-coördinatoren – Leerkrachten vormen de schooldirecties vaak de zwakste schakel.

In de tweede plaats noem ik de ICT-coördinatoren. Hebben zij zicht op de meerwaarde van ICT? Hebben ze hun taak vanuit een innerlijke motivatie op zich genomen? Beschikken ze over voldoende faciliteiten om hun taak naar behoren uit te kunnen voeren? Beschikken ze over de competenties die nodig zijn voor de taak? Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, zijn ze in staat met een goede ondersteuning vanuit de directie het ICT-proces optimaal te begeleiden.
Het is niet voor niets dat we aan deze voorwaarden zoveel aandacht besteden in onze Netwijs opleiding voor ict-coördinatoren.


Tenslotte moet de rol van de leerkrachten genoemd worden. Voor hen geldt: gewin, genot, gemak. Het heeft geen zin om hen te forceren tot het maken van keuzes. Heel belangrijk is dat ze zich eigenaar weten van hun eigen proces. Dat ze zelf actief betrokken zijn bij het onderwijsproces, dat ze invloed hebben op hun eigen ontwikkeling, dat ze niet geforceerd worden om dingen te doen waar ze niet aan toe zijn. De uitspraak “Je kunt een boom niet laten groeien door aan z’n takken te trekken” is ook op leerkrachten van toepassing. Dat hele proces heeft de leerkracht die eerder in dit artikel geciteerd werd, doorgemaakt. De ervaringen die ze tijdens het proces heeft meegemaakt, hebben haar van binnen uit overtuigd van de meerwaarde van ICT-toepassingen in haar onderwijs.

Als aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, staat niets een succesvolle integratie van ICT in de weg.